Bas Cornelissen begon zijn zangloopbaan in het Nationaal Kinderkoor. Al op jonge leeftijd trad hij op grote podia op; zo zong hij onder meer in diverse uitvoeringen van Mahlers Derde symfonie met het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Riccardo Chailly (Decca, 2004) en nam hij deel aan live televisie-uitzendingen, waaronder die van John Adams’ *On the Transmigration of Souls* (2003).
Hij richt zich momenteel hoofdzakelijk op solozang en is veelvuldig te horen in oratoriumrepertoire, variërend van Buxtehudes *Membra Jesu Nostri* en de cantates en passies van J.S. Bach tot Brahms’ *Ein deutsches Requiem* en Vaughan Williams’ *Dona Nobis Pacem*. In 2024 maakte hij zijn solodebuut in het Concertgebouw met Mahlers *Das klagende Lied*.
Later legde hij het zingen tijdelijk terzijde om zich te concentreren op piano en gitaar, maar bijna tien jaar later herontdekte hij zijn stem bij het VU-kamerkoor. In 2018 startte hij een klassieke zangopleiding aan het Utrechts Conservatorium bij Karin van der Poel, zette deze voort bij Xenia Meijer, en behaalde in 2025 zijn masterdiploma in de richting Oude Muziek-zang aan het Conservatorium van Amsterdam. Tijdens zijn studietijd werd hij gecoacht door Sinan Vural en volgde hij lessen en masterclasses bij onder anderen Margreet Honig,
Aan de universiteit behaalde Bas een bachelordiploma in Bèta-gamma en een masterdiploma in Logica, beide met een specialisatie in de wiskunde. Hij studeerde af met een scriptie over modellen voor taalevolutie en vervolgde zijn academische loopbaan met promotieonderzoek aan het Institute for Logic, Language and Computation.
Wetenschappelijke vraagstukken over taal en muziek zijn nauw met elkaar verweven; zijn promotieonderzoek richtte zich daarom op het kwantificeren van muzikale structuren: modi in gregoriaanse gezangen, contouren van volksmelodieën, ritmische patronen in muziek en vogelzang, en de bijna algoritmische muziek van Arvo Pärt. Zijn werk werd bekroond met een 'Best Paper Award' door de International Society for Music Information Retrieval, en zijn proefschrift kreeg aandacht in de nationale media.
De laatste tijd onderzoekt hij verbanden met de biologie, waarbij hij nagaat of inzichten uit muziekonderzoek kunnen bijdragen aan een beter begrip van vocale uitingen bij andere diersoorten.