Wim Markus

Dat Wim Markus (1945)  graag meespeelt bij de PassieProjecten hoeft niet te verbazen, als je weet dat hij als kind al gefascineerd werd door de 78 toeren opname van het klavierconcert in f-moll, waar direct aan het begin een schitterende wending voorkomt die juist zo typerend is voor J.S. Bach. Later leerde hij dat men zoiets een verminderde terts noemt, maar wat voegt die wetenschap nu eigenlijk aan de schoonheidsbeleving toe? De bespreking van die spagaat is een thema in Markus’ latere conservatoriumlessen geworden.
Op zijn twaalfde brak de liefde voor nieuwe muziek door. Het was Bartók, Debussy en Schönberg wat de klok sloeg. Markus werd fluitist en musicoloog. De “Philosophie der neuen Musik” van Theodor W. Adorno was een eye-opener. Markus werkte aan verschillende Conservatoria, van Den Haag via Utrecht tot Arnhem aan toe. In Amsterdam doceerde hij in Mahler en Adorno.  Aan de Muziekschool in Zeist was hij fluitdocent. Met DWARL voerde hij in 2018 het Quintett op. 26 van Schönberg uit.
Onlangs verscheen van zijn hand “Een feest waar hij niet naar toe zal gaan”, een reeks essays over Boulez, Stockhausen, Messiaen e.a. 
 

image